Zelfbeheersing

Ik was een jaar of acht, het was een zondagmiddag en ik verveelde mij te pletter. Als kind lijkt de tijd trager voorbij te gaan en al helemaal de zondag. Winkels waren toen nog gesloten op de Dag des Heren, brood kon je alleen halen bij Theeboom aan de Churchilllaan, de stad was verlaten.
Die dag besteedde ik met het van een tafeltje op de bank springen. Dat ging goed, totdat ik op een scherp potlood sprong dat overeind tussen de bankkussens verstopt zat. Het doorboorde mijn broek en stak diep in mijn lies; twee centimeter verder naar links en ik had nooit kinderen kunnen krijgen.
Ik had geen pijn, de verbazende sensatie van een potlood in mijn been overheerste. Ik weet nog dat ik dacht: zo moet iemand zich voelen als een messenwerper per ongeluk raak gooit.
Veel tijd om na te denken had ik niet, mijn oppas trok het potlood koelbloedig uit mijn been. Een littekentje bleef over, en nu is zelfs het litteken verdwenen en is alleen de herinnering er nog.
Lang heb ik gedacht dat messenwerpers allang niet meer bestaan, in verband met ongetwijfeld een handvol Arbowetten (‘alleen messen met een ergonomische handgreep’).
Maar in België bestaan ze nog. Nota bene de zus van de oppas die het potlood uit mijn been trok, is een professionele messenwerpster. Toen ze in Antwerpen een show gaf, zocht ik haar op. Het leek mij wel een educatief uitje voor de spirituele vorming van mijn petekind, dat daar woont.
Zoals ik had verwacht, ging iemand voor een groot houten bord staan en gooide zij de messen rakelings langs hem heen. Maar daar bleef het niet bij; de man begon te rennen, en telkens als hij omlaag dook of zijn been ergens had gelicht, belandde daar een mes. Of een bijl.
Bijlen zijn gek genoeg gemakkelijker om gericht mee te gooien, vertelde de messenwerpster mij na afloop. Ze zijn logger en zwaarder, waardoor hun traject voorspelbaarder is – dat u het weet.
In al die jaren was er maar één keer een ongeluk gebeurd, en dat was met een medewerker die aan de achterkant van het bord stond. Hij kreeg een mes dat door het bord ging in zijn been.
En wat bleek verder: de man naar wie zij de messen wierp, was de ex-vriend van de messenwerpster. Sinds kort was het uit.
Dag in dag uit messen rakelings langs je ex gooien: de ultieme vorm van zelfbeheersing.

In: Parool 8 januari 2011
Eerdere columns verschenen in de bundel Van Moskou tot Medan (Prometheus)

2 reacties op Zelfbeheersing

  1. Reactie van Tiotiorno

    He luitjes, wat een gelwedig huis met veel ruimte. Jullie hoeven echt niet op elkaars lip te zitten. Maar goed Joyce dat je hulp hebt van Alexander. Geniet ervan.Groetjes An Venlo

  2. Reactie van Mirene

    De isolatie eprmxieenten van Michel Siffre en Veronique le Guen zijn fascinerend, maar wel heel erg extreem vind ik. Zou het voor het Mars project niet veel beter zijn om een zo sociaal mogelijke omgeving te creebren? Zo zouden ze toch elke dag video boodschappen met hun familie kunnen delen, en televisie kunnen kijken? Als de afstand groot wordt, is er geen directe communicatie meer mogelijk, maar ze zouden wel naar een constante stream van verschillende radio- en televisie stations kunnen luisteren en kijken. Ik heb wel eens gelezen, dat astronauten in de ruimte elke dag moeten sporten, om hun botten sterk te houden. Zo zouden ze volgens mij ook dagelijks de tijd moeten krijgen om in mentaal en sociaal opzicht in vorm te blijven.Maar zelfs dan nog lijkt het me een hele beproeving, om altijd maar tegen dezelfde gezichten aan te kijken, en nooit eens wandeling in de natuur te kunnen doen.

Reageren