“Als hoofdgerecht was er vlees of vis, die onveranderlijk in deeg werden gefrituurd waardoor je nooit wist waar je nou je lepel in stak. Vaak was het vlees zo hard dat de aluminium lepel boog bij een poging tot ‘snijden’. Ik was toen nog in de veronderstelling dat ik een antwoord zou krijgen als ik de vraag maar beleefd stelde. Maar als ik vroeg wat er eigenlijk in die gefrituurde lap zat keek de opschepdame mij onveranderlijk vernietigend aan van onder haar papieren koksmuts en zweeg. Op een dag was zij mijn gevraag zat en antwoordde: “Schoen!”. Ze zat er niet ver naast overigens.”
“Een priester stapte uit zijn SUV en stelde zich om de homohaters aan te moedigen en ging staan met een icoon voor iedereen die zich wilde laten zegenen. Een groep skinheads die zojuist wat lesbo’s in elkaar had getimmerd boog voor de priester. Op de achtergrond scandeerde een groep: “Rusland zonder flikkers!” Een andere groep riep: “Leve Jezus Christus!”
“De volgende dag gingen wij langs bij de moslims van Moermansk. Hoewel er een hoop moslims in Moermansk wonen, zijn ze voorlopig voor hun gebed aangewezen op een driekamerflatje in een non-descripte woonflat in een non-descripte buitenwijk. De mannen deden hun gebed in een kamer, de vrouwen deden dat in een soort van kantoortje tussen een computermeubel en een boekenkast, waarvandaan een buste van Lenin alles in de gaten houdt.”
“Toen ik naar buiten liep zag ik de maan al, hoewel het nog maar drie uur ‘s middags was. Was het een teken voor mij, het maankind? Alles werd nog mysterieuzer toen zij uit de wigwam liep met een zware tas. Ik wilde haar helpen, maar zij sloeg mijn hulp af en zei in vloeiend Duits: “Danke. Ich bin selbständig.”
“Buiten de supermarkt spotte ik een fabriek. Opmerkelijk genoeg dreef de rook uit de twee pijpen in tegengestelde richting.”
“Mobiele netwerken bestaan niet op de toendra, de enige lijn met de buitenwereld bestond uit een sovjet-radioset die nog stamde uit de Tweede Wereldoorlog. Elke dag om twaalf uur heeft zij contact met het rendier-hoofdkantoor in Moermansk voor het laatste nieuws over rendieren (van de kant van Anna) en de rest van de wereld (van de kant van het hoofdkantoor).”
“Wij reden een eind met de sneeuwscooter door de toendra en we stopten midden op een vlakte omringd door wildernis. Zijn beste vriend bleek een bejaard wit rendier te zijn met de naam Pionier. Na enig zoeken vonden wij hem, dartelend in de sneeuw met een rode halsband.”
“De volgende dag nodigde Nikolaj Jeroen en mij uit voor een ritje met de slee, voortgetrokken door rendieren. Was het al moeilijk om niet van een slee te vallen die wordt voortgetrokken door een sneeuwscooter, met rendieren is het al helemaal onmogelijk om te blijven zitten. Eigenlijk moet je je met drie handen vasthouden om niet te vallen. En aangezien ik er maar twee had werd ik bij de eerste beste hobbel gelanceerd.”
“Zoals ik al meldde zijn Sami net als de Russen niet van de korte en bondige boodschappen. Een bijzonder ingewikkeld verhaal van Nikolaj klokte ik op een non-stop monoloog van anderhalf uur.”