Kinderen

We hadden iets te vieren, dus gingen eten in een goed restaurant aan de Ligurische kust in Italië. Een restaurant waar je aan moet bellen. Daar schrik je volgens mij mensen mee af, maar dat misschien was dat juist wel de bedoeling. Een serveerster deed de deur open. Ze was jong maar had een oud gezicht en liep rond alsof ze allang dood was.

Verderop moesten we plaatsnemen in een ruimte naast de eetzaal. De chef kwam bij ons zitten en legde alle gerechten uit van de twee menu’s. Het voelde een beetje als een examen. Toen we een menu hadden gekozen werden we de eetzaal ingeleid. Het restaurant was duidelijk over haar hoogtepunt heen: chique en hip, maar meer het chique en hip van de jaren negentig.

Slechts twee tafeltjes waren bezet. Aan een van de tafeltjes zaten een jongen en meisje van onze leeftijd. De jongen droeg een buideltasje, maar zag er toch niet belachelijk uit. Alleen Italianen kunnen met een buideltasje naar een Michelinrestaurant: Het was mij al eerder opgevallen dat Italiaanse mannen altijd alles goed staat. Zo liep de stoere strandwacht van die middag in roze crocs die niets afdeden aan zijn autoriteit.

In de hoek van de eetzaal zat een man die sprekend leek op Cees Nooteboom.
Ik denk dat hij een beroemde Italiaanse schrijver of dichter was. De man was
voortdurend aan het oreren, ook als zijn mond vol was. De twee andere mensen
aan zijn tafeltje luisterden zwijgend en aandachtig. Het leek mij een vaste tafelgast.

De ongelukkige serveerster kwam elke paar minuten langs met een nieuw gerecht, de
een nog krankzinniger dan de andere: zure room met grenadinesiroop, kaviaar en rice
crispies, een percolatorpotje waar behalve koffie ook vis in zat, en plastic zakjes die in je mond explodeerden met tien smaken tegelijk. Bij een van de desserts (gevulde tomaat in een weckpot ‘want tomaat is eigenlijk een vrucht’) kwam de chef even bij ons buurten. Hij vertelde dat Michelin onlangs een ster van zijn restaurant af had gehaald. Dit vertelde hij zonder een spoor van emotie, wat ik bijzonder vond, andere chefs hangen zich op als ze een ster kwijt zijn.

Ik had gelezen dat zijn restaurant al sinds 1922 van vader op zoon ging, en ik vroeg
hem of zijn kinderen het restaurant over zouden nemen. Voor het eerst die avond stokte de woordenstroom van Cees Nooteboom, die nieuwsgierig ons gesprek volgde. De
serveerster verdween in de keuken. De chef antwoordde dat hij geen kinderen had.
Hij leek wat van zijn stuk gebracht door mijn vraag. Na een pauze voegde hij eraan
toe: ‘Dat is bewust hoor. Ik wil geen kinderen krijgen in een wereld vol met armoe en
geweld. Dat wil ik ze niet aandoen’.

Bij het afrekenen kreeg ik een boek cadeau over het restaurant. Toen ik de volgende
dag op het strand het boek doorbladerde zag ik een foto van de chef en zijn vrouw. Het was de serveerster.

In: Parool 18/09/10

Reageren