Jelle is op zoek naar Jupiter

Het idee was zo goed: om aan mijn nieuwe boek te werken zou ik mij een hele week opsluiten in de stacaravan bij Vogelenzang. Bij het ochtendkrieken zou ik baantjes trekken in het zwembad, om vervolgens mijn dagelijkse portie van tweeduizend woorden te schrijven, met de merels en dergelijke als mijn muzen.
En hoe anders het ging. Het was te koud om te zwemmen. Hoe dan ook stond ik veel te laat op omdat ik de hele nacht wakker lag met een stofallergie. En ik had wel gedacht aan een zwembril, maar kleren was ik vergeten. Elke keer als ik het keukentje indook, stootte ik mijn hoofd tegen een aluminium rand. Precies op de plek waar het rare stippellijntje in deze column op mijn hoofd uitkomt. Snotterend liep ik rond als een half gescalpeerde indiaan. Alsof dat niet genoeg was, vond ik in de vriezer twee gifgroene Crocs. Het schijnt dat dat helpt tegen stinkvoeten. In deze omgeving kwam weinig van het schrijven terecht.
Om wat boodschappen te halen en hopelijk wat inspiratie op te doen, tikte ik op de navigator van mijn mobiel de dichtstbijzijnde Albert Heijn in en zette koers op een oude omafiets die ik in de schuur had gevonden. Die Albert Heijn bleek in Hillegom te liggen. Hillegom! Met onze oma maakten wij hier vaak tripjes naartoe vanuit Overveen, waar zij woonde. Ik weet nog dat wij in een winkel geheten Jupiter een plaatje voor mijn verjaardag hadden gekocht, de beginregels waren Hallo Jelle, het is zo fijn/ want vandaag zal jij het feestvarken zijn. Speciaal voor mij (en voor alle andere namen met twee lettergrepen)! Ook gingen wij in Hillegom vaak naar een kinderfilm waar oma luid begon te snurken zodra het licht gedimd was.
Ik ging op zoek naar de Jupiter en de bioscoop, maar kon ze geen van beiden ergens vinden. Ook mijn mobieltje wist het niet, en de Hillegommers evenmin. Toen ik terugfietste door de bollenvelden begon ik te twijfelen of dit zich allemaal wel in Hillegom had afgespeeld, en of het zich überhaupt had afgespeeld. Ik begon aan mijn hele jeugd te twijfelen. Ik had wel een dagboek, maar daar schreef ik alleen in op wat wij hadden gegeten, en hoeveel sterren er die avond aan de hemel stonden. Eenmaal terug in de caravan, nadat ik weer mijn hoofd had gestoten, overwoog ik om mijn zus Aaf te bellen, het geheugen van de familie. Ik besloot het niet te doen; niet alleen omdat moeders met twee jonge kinderen helemaal nooit de telefoon opnemen. Eigenlijk deed het er niet toe of ik echt in de Jupiter of de bioscoop geweest was met mijn oma. Sommige verhalen kan je beter niet checken.
In: Parool 21 mei 2011. Eerdere columns verschenen in de bundel Van Moskou tot Medan

4 reacties op Jelle is op zoek naar Jupiter

  1. Reactie van Jaap

    Het is de ochtend die gloort bij het krieken van de dag….

  2. Reactie van Aimee

    Ik raak vertederd; de zelfspot, het menselijke gekruk. Kusje op het zere hoofd van een oude dame.

  3. Reactie van Aimee

    Tussen ‘hoofd’ en ‘van’ moet een komma.
    Ik heb namelijk geen zeer hoofd….

  4. Reactie van Pam

    Hallo Jelle, mijn vader vertelt dat de bioscoop midden in de Hoofdstraat zat aan de westzijde, iets naar achter liggend tussen een warenhuis (De Nijs / Hema) en een slagerij (Van der Jagt, later Van der Reep). De bioscoop was vroeger zijn hangplek, met andere jongens met snelle brommers. De Jupiter kende hij niet. Waarschijnlijk na zijn tijd. Zal het nog eens bij andere familieleden navragen.

Reageren