Jelle – denkt aan Gekke Witte

Onlangs las ik een stukje van de Ladies Home Journal uit 1911. Zij voorspelden hoe de wereld er hover honderd jaar uit zou zien. Het waren knappe voorspellers: foto’s en geluiden per telegraaf, groenten in plantenkassen met lampen, centrale verwarming, airconditioning een trein die tweehonderd kilometer per uur gaat – het is ons allemaal gelukt. Het blad voorspelt ook dat de reistijd van Engeland naar Amerika in 2011 zal zijn teruggebracht naar 2 dagen. Dat is ruimschoots gelukt.

Slechts twee voorspellingen zijn niet uitgekomen: iedereen zou in in de toekomst ‘probleemloos 10 mijl moeten kunnen lopen’, waarom dat zou moeten wordt verder niet uitgelegd. Enfin, daar hebben we de auto voor uitgevonden. En: ‘Niemand heeft meer last van ratten en muizen.’ In de afgelopen honderd jaar hebben we iemand in de ruimte geschoten, en de atoombom ontwikkeld, maar de muizen zijn er nog steeds.

Toen ik in India was hoorde ik van mijn huisoppas dat ik weer muizen had. Ik vertelde het aan Indiase vrienden. Die konden zich niet voorstellen dat er in Nederland nog steeds een muizenprobleem zou zijn. Ik vertelde ze dat ik eens in een Amsterdams sushi-restaurant een muis had zien lopen. Niet in het hoekje van het restaurant, maar over de balie. Hij trippelde zo over het pin-apparaat. Muizen horen bij Amsterdam, net als gore duiven die te lui zijn om opzij te stappen voor een passerende fiets.

Mijn huisoppas wilde principieel niets tegen de muizen doen. Ik heb er minder moeite mee. Zodra ik thuis kwam verstopte ik muizengif achter de droger in de keuken. Zoals bekend gaan vergiftigde muisjes altijd stilletjes dood in hun holletje en merk je er dus weinig van. Dat dacht ik in ieder geval altijd. Tot ik op een avond tv zat te kijken en een muis zag zitten. Het licht was aan, en de muis zat pontificaal in het midden van de kamer. Ik moest denken aan het verhaal Gekke Witte van Anton Koolhaas, over een muis die het lef heeft om midden in de kamer aan het gewelf te hangen, tot razernij van de andere muizen. Ik besloot hem niet weg te jagen, eigenlijk was het wel gezellig. Toen ik even later weer terug keek was de muis er nog steeds, maar nu lag hij plat op de grond. Net als in het verhaal van Koolhaas was de muis dood. Het gif had zijn werk gedaan, niet in een holletje maar voor mijn ogen. Ik begreep mijn huisoppas ineens een stuk beter.

1 reactie op Jelle – denkt aan Gekke Witte

  1. Reactie van Cho

    at the time of the statement .) But of curose in fact we have done our measurements last week, not *now*. Building a truth statement as grounded in evidence’ is therefore always a form of grounding what you claim in the past. The same goes for statements grounded in theory’ (based on other statements). The theory, or evidence, or whatever you want to use to ground your argument in, has to exist before you can use it to create the argument, right? Could it be any other way? One would think not. How else can we find truths but by providing evidence’, and how else could we provide evidence if not the evidence was gathered first (making it a thing in the past’?). And so we argue by quoting Plato, and not by quoting Qzorq (the famous 3000 century thinker).But think about designers. Designers create concepts, prototypes, proposals, interventions. These are statements of some sort. One may start to think about the truth’ of a design concept. The validation’ of a design concept, however, is a tricky business. The design may not simply fit’ to the world it has to function in, it may also *change* the world. So what happens if we start to consider statements that may not only (or not at all) *reflect* our knowledge of the world, but at the same time *influence* this world? What to do with these strange ontological kinds? Sometimes all you can say is: THIS (the concept, the prototype, the thing, the piece of art), is what I ended up with while doing my job as a designer *as truthfully as possible* . Or: This is what I had to make, in order to *stay true to my identity* (while at the same time designers define their identity through their work!). For scientists, this may seem strange. For artists, it is their everyday reality. To me, the truth value of designs, at least, lies in what they *do*, in their transformational power, (i.e. in the future), not in what they reflect or represent, (i.e. in the past.)

Reageren