Cellofaan

Toen ik gevraagd werd voor Het Parool columns te gaan schrijven, nam ik mij voor geen klaagcolumns te schrijven. Over toeristen die op het fietspad lopen, dat soort werk. Het was geen gemakkelijk voornemen. Mijn handen jeukten toen ik zes weken met de halve Bijlmer voor Jan Lul in een bus had gestaan. Die bussen waren ingezet omdat de metrolijn gerenoveerd zou worden, maar vanwege een ruzie van de gemeente met een aannemer was daar niets van terechtgekomen.
Nu is het jaar bijna voorbij en wil ik graag bij wijze van uitzondering een klaagcolumn schrijven. Het gaat over de nieuwe led-lampjes van de Magere Brug, ingeschroefd door de Dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer (diezelfde instantie die ervoor had gezorgd dat ik weken voor niets in die hete bus stond en al zweetplekken had nog voordat we met de Zomergasten-uitzending moesten beginnen).
In een stuk over lichtvervuiling meldde deze krant dat alle 1800 gloeilampjes zouden worden vervangen door led-lampjes. DIVV meldde trots in een persbericht dat de Magere Brug een van de meest geliefde bruggen in Amsterdam is en tot over de landsgrenzen bekend: klopt helemaal . Ook stond in het bericht dat de brug volgens planning op 30 augustus is opengegaan. Lijkt mij ook zeker vermeldenswaardig, gezien de staat van dienst van de DIVV. Maar dan, over de led-lampjes: ‘Het lichteffect blijft hetzelfde.’
En dat was voor mij de druppel. Het is namelijk een flagrante leugen. Wie wil kijken of ik gelijk heb: ga ’s avonds op de Amstel ter hoogte van de Hermitage staan. Je hebt dan uitzicht op de brug richting de Stopera. Het is vrijwel een kopie van de Magere Brug, maar versierd met oude gloeilampjes: warm, geel, subtiel licht, dat op een Rembrandteske manier over de Amstel verstrooit. Kijk vervolgens naar de Magere Brug: lelijk wit licht. Een systeemplafond op een monument geplakt, met nauwelijks weerspiegeling in het water. Het is alsof de Amstel zegt: met jou wil ik mij niet associëren. En met de lichtsterkte van een kermisattractie (het idee was dus dat de lampjes minder lichtvervuiling gaven). En we hebben het niet over zomaar een brug, we hebben het over de bekendste en meest gefotografeerde brug van heel Nederland.
Het is nu natuurlijk veel te laat, de lampjes hangen er. Maar in het kader van de opbouwende kritiek, hier een gratis advies: beste gemeente, laten we redden wat er nog te redden valt. Koop een rol geelbruin cellofaanpapier, en plak het op alle lichtjes. Doe het. De mooiste brug van Nederland verdient beter. En dat alles voor de prijs van een halve millimeter metrotunnel.

In: Parool 11/12/10

Voor

Na

3 reacties op Cellofaan

  1. Reactie van thommor

    De brug die nog net zo mooi verlicht is als voorheen heet de Walter Süsskind brug.

  2. Reactie van Elly

    Het ziet er idd niet uit, afschuwelijk gewoon, het is nu echt een magere brug
    Dat het ook anders kan , bewijst mijn geboortestad
    Misschien kan je ze daar eens op wijzen?http://www.ilebv.nl/referentie-projecten/grote-vuur-enkhuizen-opnieuw-verlicht/

  3. Reactie van Ashuza

    ZOMERGASTEN TOONT FAILLIET NEDERLANDSE ZORG Louis van OverbeekJan Leyers, de innemende preoentatsr van het Nederlandse tv-programma Zomergasten is een Vlaming en als zodanig niet bekend met de medische zorg in Nederland, waar dokters niet meer vierentwintig uur, zoals nog in Vlaanderen en ooit ook hier, maar als ze al niet op vakantie, of op nascholing zijn, of in deeltijd werken alleen tijdens kantooruren bereikbaar zijn (en ook dan nog vaak moeilijk), en patiebnten daarbuiten, althans in naar het oordeel van de assistentes levensbedreigende situaties, een in een ziekenhuis gevestigde ‘huisartsenpost’ dienen te bezoeken. Leyers verklaarde dan ook maandagmorgen op Radio 1 ‘verbijsterd’ te zijn toen er zondagavond geen dokter te vinden was geweest die bereid was om zijn studiogaste, de sociologe Jolande Withuis, die live op tv door een hevige migraineaanval onwel was geworden en er kennelijk ernstig aan toe was, voor de zekerheid te bezoeken. Een weigering waarvoor allerlei redenen zouden zijn aangevoerd, onder andere dat artsen het studiocomplex niet zouden mogen betreden, en dat de situatie van mevrouw Withuis niet ernstig genoeg zou zijn geweest om een bezoek te rechtvaardigen.Echte opheldering over de reden van de weigering bleek echter moeilijk te krijgen: de direct betrokkenen en de huisartsenpost waren onbereikbaar, de Nederlandse pers en media besteedden nauwelijks of geen aandacht aan de gebeurtenis , het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) verschool zich achter zijn wetenschappelijk taak en wilde niet reageren en de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) belde noch mailde terug zoals zij wel had beloofd. Het verhelderendst was nog een artikeltje uit de regionale Gooi en Eemlander, dat op 7 augustus berichtte dat eindredacteur Peter van Ingen van het VPRO-programma een uur lang geprobeerd heeft om iemand van de huisartsenpost langs te laten komen, maar dat die zich houden aan ‘triageprotocollen’ (regels voor de beoordeling van de ernst van een klacht), en dat huisartsen inderdaad het mediapark niet mogen betreden omdat dat een openbare gelegenheid is, waar huisartsen niet in actie mogen komen.Wij Nederlanders zijn al zo gewend aan de verschraling, of liever de neoliberale uitbening, en bureaucratisering van onze zorg dat we niet eens meer opkijken van een dergelijk incident. Het is goed dat vreemde, onbevangen, ogen ons nog eens laten zien hoe verbijsterend het eigenlijk is dat ‘je er om tien uur ’s avonds in een stad als Hilversum niet in slaagt een dokter bij een mevrouw te krijgen met wie het heel slecht gaat’, zoals Leyers in de Vlaamse kwaliteitskrant De Standaard van 7 augustus wordt geciteerd. De vraag die Leyers zich in de kop van het artikel stelt: ‘Waarom kwam er geen dokter?’ is dan ook gemakkelijk te beantwoorden: Omdat het in het dociele Nederland was.Louis van Overbeek is freelance publicist

Reageren