Ik ook. Maar ik kan het niet vertellen.

In het prille begin van mijn televisiecarrière ben ik tijdens mijn werk gedrogeerd, en gedwongen tot orale seks, wat verkrachting is. Toen hij mij ook anaal wilde verkrachten nam een overlevingsinstinct het over en ben ik naar buiten gevlucht.

 Dat is geen verhaal natuurlijk. Op het allereerste college journalistiek leer je dat in elk verhaal, hoe klein ook, de vijf w’s en de h moeten zitten: wie, wat, waar, waarom, wanneer en hoe. In de eerste zin ontbreken de wie, de waar, en de waarom. De wat, de wanneer en de hoe komen er karig vanaf. De opsomming is zo summier dat het bijna geen betekenis heeft.

Verhalen worden geloofwaardig door hun detail, door hun opbouw, door hun uitleg. Daarom ben ik journalist geworden: het vertellen van verhalen die verteld moeten worden. Maar nota bene dit verhaal, dat mij persoonlijk zoveel schade heeft gedaan, kan ik niet vertellen.

Ik had mijn verhaal opgeschreven voor Trouw, zoals het hoort, met de vijf w’s en de h. Ik vond het belangrijk om dit te delen. Ik schrijf het om herhaling te voorkomen. Waarom zou ik de enige zijn? Wie weet hoe vaak deze persoon nog eens iets in het drankje gooit van een kwetsbare jongeling. Ik wilde seksueel misbruik van mannen uit de taboesfeer halen. Ik wilde dat ook die slachtoffers de schaamte overwinnen en eindelijk ook hun verhaal doen.

Ik schreef het ook voor alle HR-managers, leidinggevenden, teamleiders en vertrouwenspersonen. Maak de drempel zo laag mogelijk om dit soort misstanden te melden. En als iemand het meldt, neem het dan serieus. Ik schreef het voor alle mensen die door een vriend of collega in vertrouwen zijn genomen. Misschien willen zij wel meer dan een luisterend oor, misschien hebben ze net dat duwtje nodig om actie te ondernemen. En ik schreef dit ook voor alle smeerlappen die nog steeds denken dat ze er mee wegkomen. Dat hun sneue gerommel beperkt zal blijven tot het geruchtencircuit. ‘Jullie tijd is voorbij.’ zo wilde ik het stuk eindigen.

Maar dit verhaal kan niet gepubliceerd worden. Het is zijn woord tegen mijn woord. Er zijn geen getuigen, ik ken – voorlopig – geen andere incidenten. Als het tot een rechtszaak zal komen is de kans groot dat hij mij succesvol beschuldigt van smaad, en ik een tweede hypotheek op mijn huis kan nemen om de schadevergoeding te betalen.

Begrijp me goed, ik ben blij dat we in een rechtsstaat wonen. Daarvoor heb ik in Rusland te veel onschuldige mensen zonder enig bewijs in de gevangenis zien verdwijnen. Maar het is ook frustrerend. Hoe groter het vergrijp, des te groter de bewijslast. Juist de grootste hufters zijn deze weken de dans ontsprongen, en dat wringt.

Aangifte bij de politie doen gaat niet, het is intussen verjaard. Meer verhalen van andere slachtoffers, dat zou helpen. Maar die komen alleen maar tevoorschijn als ik met een gedetailleerder verhaal kom. Maar dat gaat dus niet. Dat is mijn probleem. En het probleem van de vele anderen die in hetzelfde schuitje zitten. Bij elk verhaal dat de afgelopen tijd verscheen, zitten tien verhalen die nooit kunnen worden verteld.

Schrijver en tv-maker

Jelle Brandt Corstius (1978) was correspondent in Moskou voor Trouw en nog steeds schrijft hij regelmatig stukken in deze krant.

Voor de VPRO maakte hij de documentaireseries ‘Van Moskou tot Moermansk’ en ‘Van Moskou tot Magadan’. Ook schreef hij verschillende boeken over Rusland. In 2010 en 2011 presenteerde hij Zomergasten. 

Reacties

Wilt u naar aanleiding van deze brief ook uw ervaring kwijt, dan kunt u mailen naar misbruik@trouw.nl

Trouw behandelt alle mail vertrouwelijk en zal alleen publiceren met uw toestemming.