Jelle – vreest de zomer

Ik zie op tegen de zomer. De avonden, de moeizame gesprekken, waarbij de irritatie altijd op de loer ligt. Ik heb het natuurlijk over onze familiebijeenkomst in Portugal. Mijn vader wordt 76. Normaal viert hij nooit zijn verjaardag, maar omdat 76 zo’n mooi en rond getal is, gaan we met de hele familie een week in een huisje in Portugal zitten.
Nu zal iedereen met een mengeling van enthousiasme en afgrijzen vooruitkijken naar een week met zussen, broers, ouders, neven en nichten in een huisje. Het is net zoals met drank of Facebook: familie moet je met mate doen. Het zijn de enige mensen in je kennissenkring die je niet hebt uitgekozen. En uitgerekend met die mensen zit je de eerste achttien jaar van je leven opgescheept.
Begrijp mij niet verkeerd: ik houd heel erg veel van iedereen in mijn familie (evenveel ook). Maar na een paar uur gaat het altijd mis. “Ja, wij hadden ook veel ruzie thuis, broers en zusjes hahaha,” hoor je dan vaak. Maar onze ruzies waren van een andere orde. Bij de meeste gezinnen is het vredig met af en toe een stevige discussie. Bij ons was het een langgerekte guerrillaoorlog met af en toe een wapenstilstand.
Een paar jaar geleden dacht ik dat we volwassen genoeg waren om weer eens iets met z’n allen te doen. Een weekend in een hotel in Gelderland, het leek mij goed om bescheiden te beginnen. Maar al bij de avondmaaltijd ging het mis, en liep ik naar de dichtstbijzijnde bushalte. Om vervolgens terug te lopen naar het restaurant; ik had honger. Nu gaan we niet een weekend naar Gelderland, maar een week naar Portugal. Toekomstige historici zullen op zoek gaan naar de aanleiding van de Derde Wereldoorlog. Ik kan het ze al vertellen: bij de Brandt Corstii in Portugal.
Daar komt nog bij dat die week in Portugal plaatsvindt tijdens de uitzendingen van Zomergasten, die ik ook dit jaar weer ga presenteren. Dit omdat het de enige week was waarin ‘iedereen’ kon. Het gekke is: mijn stress over Zomergasten valt in het niet bij mijn zorgen over het familieweekje. En dat zegt veel. Het moeilijkste moment is een paar minuten voor de uitzending, als je al met de gast aan tafel zit. Een klok telt de tijd af. Straks ben je live op televisie, drie uur lang. Kijkers verwachten een diepte-interview, maar intussen moet je je gast negentien keer onderbreken voor een fragment. Met een bruggetje. Maar geen opzichtig bruggetje! En ook geen onopzichtig bruggetje! En een interview met diepgang! Maar zonder intellectueel gewauwel! En (vul hier zelf wat in)! Uiteindelijk maakt het niet uit, want wat je ook doet, je weet dat je niet iedereen tevreden kan stellen, Nederland telt net zo veel bondscoaches als Zomergastenpresentatoren. Maar dit jaar zal de Zomergastenstudio voor mij een warm nest zijn. Mijn enige vrees is de dreigende paddenstoelwolk boven Portugal.

In: Parool 2 juli 2011. Eerdere columns verschenen in de bundel Van Moskou tot Medan

Jelle vindt een snotdoek

Cultuur is voor mij als een glas water op je nachtkastje: het is fijn om te weten dat je
’s nachts een slokje water kan nemen. De behoefte is er niet altijd, maar als die er is, staat het glaasje er. Er is al lang en breed geschreven over de bezuinigingen in de cultuursector, dus dat ga ik niet ook nog eens doen. Hoewel: ook ik ken kunstenaars die tienduizenden euro’s aan subsidies ontvangen en daar vervolgens heel erg weinig mee doen. Maar dat is geen argument om te bezuinigen, vind ik. Dan zou je ook op zo’n beetje alle ministeries kunnen bezuinigen omdat er zoveel
incompetente en improductieve ambtenaren rondlopen. Een paar rotte appels horen er gewoon bij.
Afgelopen week dronk ik veel uit het glaasje. Drie voorstellingen, waarvan twee met een uitroepteken. Ik ging eerst naar de musical Fela! in Carré. Het was het verjaardagscadeau voor mijn zus uit Amerika, die een groot musicalfan is. De volgende dag ging ik naar de examenvoorstelling van het conservatorium in Den Haag. De ballerina waar ik voor kwam, was negen jaar oud dus ik verwachtte een ietwat knullige voorstelling. Er is nog een foto van toen ik negen jaar oud was en viool speelde in de Bachzaal. Ik sta in een rijtje kinderen en ik houd als enige mijn viool op de verkeerde manier vast. Niets van dat alles. De kinderen dansten alsof zij al tien jaar bij het Bolsjoi werkten. Ik stelde mij voor hoe het is om jarenlang je leven aan dans te wijden, en als je eenmaal van het conservatorium af bent, de meeste dansgezelschappen zijn wegbezuinigd.
Ten slotte bezocht ik het toneelstuk De Russen! in de Stadsschouwburg, een samenvoeging van twee stukken van mijn idool Tsjechov. Het was een tour de force; het stuk duurde bijna zes uur, dus er waren twee pauzes. Toen ik na de tweede pauze terugliep naar mijn stoel had iemand een zakdoekje met snot op mijn armleuning gedeponeerd. Ik kon maar moeilijk mijn aandacht bij het stuk houden en dacht aan het snotdoekje. Waarom zou iemand zijn gebruikte zakdoek op een stoelleuning neerleggen? Zou het echt te moeilijk zijn om hem weg te gooien of desnoods in je broekzak te proppen? En als je dat al doet, waarom zou je het niet op je eigen stoelleuning leggen? Naast mij zat niemand, dus de verkouden dader was ergens anders. De man die achter mij zat,  hoorde ik wel voortdurend hoesten en luidruchtig zijn neus ophalen, dus hij zal het wel zijn geweest. Na het stuk sprak Hans Kesting, die in zijn eentje het hele Russische proletariaat verbluffend goed had vertolkt, de zaal toe. Hij vroeg iedereen mee te doen in de Mars der Beschaving. Na zijn mededeling begon de zaal te applaudisseren. De verkouden man achter mij klapte het hardst van iedereen.

In: Parool 2 juli 2011. Eerdere columns verschenen in de bundel Van Moskou tot Medan