Miss Prosecco

Afgelopen weekend ging ik maar eens mijn Dirktas met foto’s doorspitten. Voor een interview had ik wat oude vakantiefoto’s nodig, en van het één kwam het ander en nu ligt mijn hele woonkamer vol met stapeltjes foto’s van een hele hoop verschillende vakanties, met de bedoeling ze in te plakken. Eigenlijk ben ik er al weer een beetje op uitgekeken, maar kan ik door die stapeltjes al een paar dagen niet aan de eettafel zitten. Ik weet niet hoe ik uit deze status quo kom. Uiteindelijk zullen alle foto’s wel weer ongeordend in de Dirktas verdwijnen.
Enfin, bovenop de stapel Amsterdam-Zuid lag een foto van mijn oppaskind, Joris Lam. Als ik daar kwam oppassen, hadden we altijd de grootste lol. Ik kan mij nog herinneren dat ik een heel goedkope digitale camera had. Samen liepen we naar het Museumplein met een frisbee. We gooiden de frisbee in de lucht, maakten er vage foto’s van met mijn camera en postten die dan op websites van ufo-spotters.
Toen Joris een jaar of twaalf werd, verloren wij elkaar uit het oog. Via via hoorde ik dat Joris in de tussentijd uit de kast was gekomen, om beter te zeggen uit de kast, door de kamer, en op de straat. Ik bedoel, hij blogt onder de naam Miss Prosecco. Sindsdien duikt Joris regelmatig op in de media. Hij schijnt in een programma te figureren dat Bij ons in de PC heet, waarmee hij een rel veroorzaakte door te zeggen: “Ikea is eigenlijk net een terrasje. Heerlijk. Lekker kijken naar dikke tienermeiden achter een buggy, die een halfbloedje voortduwen. Dan kom je terug van Ikea weer Amsterdam-Zuid in en denk je: eindelijk weer mooie mensen.” Bij SBS zag ik hem langskomen bij de top-25 van meest opvallende persoonlijkheden. En laatst stond hij op de voorpagina van Het Parool, waar hij leiding gaf aan een pro-bontdemonstratie.
Ik heb het idee dat Joris met volle teugen geniet van alle aandacht, op de biografie van zijn Twitterpagina staat ‘als het per se moet ben ik ook nog wel eens te porren voor een tv momentje’. Dat is zijn goed recht. Maar het blijft natuurlijk wel mijn oppaskind, dus kan ik het toch niet laten om een advies te geven: televisieroem is misschien verslavend, maar vaak zo vergankelijk als de bubbels in een glas prosecco. Wat minder tv-momentjes is echt niet erg, helemaal als je nog maar negentien bent. De wereld is groter dan Amsterdam-Zuid, studeer, reis rond! En mocht je daar echt geen zin in hebben: ik ben altijd beschikbaar om weer te gaan frisbeeën op het Museumplein. Ik garandeer je de volledige aandacht van ufo-spotters wereldwijd.

In: Parool 12 februari 2011
Eerdere columns verschenen in de bundel Van Moskou tot Medan (Prometheus)

Maandverband

Ik zag de jongen scharrelen bij het vitaminenschap van een Etos in de Jordaan. Ik kom vaker bij deze Etos, het is een sympathieke winkel. Laatst zei een van de verkoopsters tegen een vrouw die een antirimpelcrème wilde kopen: “U bent nog te jong om deze crème te gebruiken.” Sindsdien is het mijn favoriete drogist.

De jongen was een jaar of elf en had een rood hoofd. Hij keek geconcentreerd naar de verschillende doosjes vitaminen, maar het was duidelijk dat hij niet voor de vitaminen kwam. Het is het gedrag van pubers die condooms gaan kopen bij de drogist: eerst wat andere spullen kopen, dan valt het minder op is de gedachte. Maar de jongen leek mij te jong voor condooms. Bovendien kun je die tegenwoordig zonder schaamte via internet bestellen.

Ik moest denken aan toen ik zo oud was als de jongen. Af en toe, als een van mijn zussen zo’n last had van ongesteldheid dat zij het huis niet uit kon, stuurde ze mij eropuit om maandverband te kopen. Het is de harde wereld van een moederloos gezin. Gespannen liep ik dan naar de Portegiesdrogist in de Beethovenstraat. In die tijd was de nouveau riche nog niet neergestreken in de Beethovenbuurt en had je gewoon nog een drogist in de straat.

Binnen wachtte ik tot er wat minder mensen bij de kassa stonden en vulde intussen een zakje met snoep. Wie denkt dat ik maandverband ging halen omdat ik zo’n goed mens was, heeft het mis: ik eiste van mijn zusjes altijd twee kwartjes snoepgeld. Als er geen klanten meer waren, rende ik met de snoep en een pakje maandverband naar de kassa, waar ik gelijk om een zakje vroeg. Door het zakje heen kon je het maandverband nog steeds zien, en als ik dan de straat overstak was ik ervan overtuigd dat de ogen van alle passanten op dat zakje gericht waren en dat ze dan dachten: Wat een rare jongen, die loopt rond met maandverband!

En ja hoor, de jongen griste ook een pakje maandverband uit het schap en sloot aan in een lange rij. Amateur. Ik sloot achter hem aan. Terwijl hij dichter bij de kassa kwam, werd zijn hoofd zo mogelijk nog roder en rode plekjes verspreidden zich over zijn nek. Toen hij eenmaal aan de beurt was en de caissière geheel gedachteloos het maandverband scande zonder hem ook maar aan te kijken, stond hij op het punt van huilen en piepte tegen de caissière: “Het is niet voor mij!”

In: Parool 5 februari 2011
Eerdere columns verschenen in de bundel Van Moskou tot Medan (Prometheus)