Jelle Brandt Corstius – breit er een eind aan

Ik weet niet mee precies wanneer het begon. Misschien toen ik de halve IKEA leegkocht nadat ik terugverhuisde naar Nederland. Misschien toen ik in mijn kantoortje trok en mijn eerste administratiemap aanmaakte. Misschien toen ik mij voor het eerst in vijf jaar weer begon te verdiepen in Nederlandse politiek. Misschien was het vorige week, toen ik de katten van mijn zus te logeren kreeg, die onmiddellijk bang onder mijn bank kropen en ik mij het hoofd brak over hoe ik in vredesnaam die katten op hun gemak kan stellen (ze zitten er nog steeds).

Ik kan dus niet precies zeggen wanneer, maar ik weet wel: mijn leven is op dit moment een stuk saaier dan in de afgelopen vijf jaar, toen ik in Moskou woonde. Grote problemen, zoals een brandende flat of oorlog, hebben plaats gemaakt voor kleinere problemen zoals parkeervergunningen en een uitgedraaid ventiel.

Maar nooit ben ik gelukkiger geweest. Want het mag dan wel spannend en interessant zijn, Rusland, echt rustig of aangenaam is het er nooit. Bovendien: voor het eerst in tijden ben ik meer dan een week op dezelfde plek, en dat bevalt mij wel.

Wat ik aan Rusland heb overgehouden is het waarderen van al het goede van Nederland. Dat je binnen een kwartier een bedrijf registreert bij de Kamer van Koophandel. Dat ik, terwijl ik dit stukje schrijf midden in Amsterdam, uitkijk over een grachtje waar twee kinderen zwemmen in schoon water. Dat je je gloednieuwe colbertje laat hangen in de trein, en dat dat na een telefoontje met de NS weer terecht is (nog even een gratis tip voor iedereen die reist met het openbaar vervoer: plan je reis niet, dan hoef je nooit te haasten).

Dat het leven in Nederland wat saaier is, betekent nog niet dat je je hier niet over dingen kan verwonderen. Zoals een asbak in het Van Der Valk hotel in Nuland, waar iemand een briefje op een asbak had gehangen met de tekst: ‘Geen as in de asbak gooien, er zit een vogelnestje in’. Of fietsend op een zondagmorgen op de Veluwe bij Ermelo: een paar honderd mensen die allemaal hun eigen stoeltjes hebben meegenomen om buiten, naast de kerk, te luisteren naar een dominee, die zo inspirerend vertelt over apostel Paulus dat je er bijna van in God gaat geloven.

Maar mijn leven is echt niet meer interessant genoeg voor de buitenlandpagina’s van Trouw, en daarom is dit mijn laatste column. Tijd voor andere correspondenten, van Nairobi tot Damascus, om het stokje over te nemen op deze plek. De wereld zit nog vol met wonderen.

Alle columns die eerder in Trouw verschenen liggen vanaf 10 augustus in de winkel in de verzamelbundel ‘Van Moskou tot Medan’ (Prometheus, 14,95)

Locatie picknick Oosterpark

Ok, ik heb even gekeken. Er is een groot veld direct voor het slavernij-monument. Daar zal ik zitten. Het monument ligt weer direct bij de ingang aan de kant van het OLVG. Daar stoppen trams 3 en 7, halte Beukenweg vlak voor het park.

Natuurlijk neem ik zelf ook wat mee, maar het is de bedoeling dat iedereen zijn eigen pick nick spullen meeneemt. Degene met het lekkerste eten krijgt de DVD van de nieuwe serie.

Tot vanavond,

Jelle

Zomergasten-picknick

De spanning stijgt, zondag eerste uitzending. Vanwege het lekkere weer is mijn top 43 er een beetje bij ingeschoten. Dus dacht ik net, ook met het oog op het lekkere weer: laten we gaan picknicken. Omdat Zomergasten nooit genoeg opgehypet kan worden. En omdat ik benieuwd ben naar jullie ideeën over het programma.

Dit is mijn idee: ik zit morgen, dus dinsdag 20 juli, vanaf 19:00 in het Oosterpark in Amsterdam. Ik neem HELEMAAL NIETS mee, en organiseer ook niks. Het is een picknick, dus neem zelf die oude plaid, gevulde olijven, ALDI-prosecco, je gitaar en/of mondharp mee. Als je wil kan ik ook boeken signeren, of de gloednieuwe DVD van de serie: http://www.vpro.nl/winkel/product?id=43569649. Ik verloot er ook nog eentje! We maken er een gezellige boel van.

Details over de precieze plek volgt morgen, moet even een goed plekje vinden. Tot morgen!

Jelle

Zomergasten top 43. #32

Veel stand up comedians maken een interessante evolutie door. Ze zijn eerst grof en grappig, beginnen veel geld te verdienen, maken concessies voor nog meer geld tot ze zijn veranderd in humorloze zones. Klassiek voorbeeld is Eddie Murphy, die met zijn keiharde Raw-show de standaard zette in de stand up comedy (Murphy was op zijn beurt weer geinspireerd door Richard Pryor, maar dat is voor mijn tijd). Neem deze scene:

Daarna begon hij met films, die aanvankelijk nog grappig waren ook, waaronder mijn all time favorites Trading Places en Coming to America. Het zijn een van de weinige films die ik altijd weer afkijk als ze op tv langskomen. In Coming to America speelt Eddy Murphy vier verschillende rollen, waaronder de dominee Randy Watson (die ook haargel verkoopt onder de naam Soul Glo):

Daarna ging het algauw bergafwaarts in de filmcarrière van Eddie Murphy, met als absolute dieptepunt Beverly Hills Cop III.

Chris Rock, nog een van mijn favorieten, pakt het beter aan. Ook hij maakt matige films, maar combineert dat met vlijmscherpe stand up comedy, zoals deze klassieke scene uit zijn show Kill the Messenger (toch?)

Nooit gedacht dat Chris Rock zoveel afwist van Russische vrouwen.

Tenslotte is er nog Bob Saget, die de meesten van ons kennen als de brave vader in de sitcom Full House en flauwe presentator van America’s funniest home video’s, maar die een duister verleden heeft als keiharde stand up comedian, en daar sinds kort weer mee doorgaat:

Jelle – is eigenlijk ook wel opgelucht

Ik had vroeger niks met voetbal. Ik kon het niet, dus interesseerde het mij niet. Tijdens de finale van het EK van ‘88 ging ik met mijn zusjes dwars op een straat liggen die normaal erg druk was, tijdens die finale reed er natuurlijk niemand over de weg.

Pas drie jaar later begon ik geïnteresseerd te raken. Op een dag nam mijn tante Liesje mij mee naar het Olympisch Stadion. Naar Ajax – PSV om precies te zijn. Ajax verloor met 0-1, maar dat maakte helemaal niets uit, ik was gegrepen door de magie van het voetbal. Ik begon de Voetbal International te lezen, en uiteindelijk te spellen, tot de reservebank van Heracles en de uitslagen van het Roemeense voetbal aan toe (wisten jullie overigens af van het bestaan van de Roemeense voetbalclub Petrolul?). Laat op de zondagavond zonderde ik mij af op mijn kamertje voor het Spaanse en Italiaanse voetbalcompetities, die ik nog machtiger vond dan de eredivisie. Ik had een klein zwart-wit televisietje, en mijn afstandsbediening bestond uit een lange stok. Maar dat mocht de pret niet drukken.

Na de successen van Ajax in de jaren negentig verdween mijn interesse voor voetbal een beetje, en kijk ik alleen nog maar de belangrijke interlands. Mijn vroegere voetbalmanie, zelfs op het hoogtepunt, is nog niets vergeleken met de voetbalmanie van mijn tante. Om bij haar aan te bellen op zondagavond was taboe, laat staan bij een interland. Niet dat het iets zou uithalen; ze haalde regelmatig de zekering van de deurbel eruit, net als de telefoonstekker.

Hoogtepunt was de finale van het WK in ‘98. Mijn vader had via zijn creditcard maatschappij kaartjes voor de finale gewonnen, merkte hij terloops op. Met mijn tante ging ik naar Parijs en waren bij de finale, en droomden over de dag dat Nederland het WK zou winnen.

Met dit WK heb ik regelmatig de drang gehad mijn tante te bellen of te mailen. Bijvoorbeeld, toen Frank Snoeks zei: ‘Deze jongen werd op jonge leeftijd geboren in een plaggenhut’. Maar mijn tante leeft niet meer. Dat Nederland voor de derde keer in de finale stond heeft zij nooit mee kunnen maken.
Natuurlijk was ik blij dat Nederland sinds het jaar dat ik werd geboren weer in de finale stond. Maar ik dacht ook: wat is het verschrikkelijk dat Liesje dit niet ziet. Iemand missen is erg, maar iets leuks meemaken en het niet met die persoon kunnen delen is misschien nog wel erger. Daarom ben ik ook wel opgelucht dat Nederland niet voor het eerst in de geschiedenis het WK won.

Zomergasten top 43. #33

Nog een Russisch fragment, dit keer muziek. Het nummer heet Tjomnaja Notsj, Donkere Nacht, en komt uit de oorlogsfilm Twee Soldaten (http://www.imdb.com/title/tt0036782/). Ik heb niet een fatsoenlijke vertaling in het Nederlands kunnen vinden, hier een matige Engelse vertaling:

http://www.pitt.edu/~slavic/sli/admin/dark.html

Maar misschien kan je beter de tekst niet lezen, het nummer is al triest genoeg zonder dat je weet waar het over gaat. Maar wel heel erg mooi: