Jelle Brandt Corstius – grijpt naast het pluchen zeepaardje

Lang heb ik geklaagd tegen vrienden over Nederland. Wat mij het meest beklemt, en waarom ik om de zoveel tijd wegvlieg en nu bijvoorbeeld in Ethiopië zit, is dat Nederland af is. Elke vierkante kilometer heeft een bestemmingsplan. En als er al een bos staat, dan is het de bedoeling dat daar een bos staat. Ik mis de loze ruimte, waar zoveel van is in Rusland. Niet lang geleden las ik het berichtje van een jogger die net buiten Moskou in een bos was gaan hardlopen. Een Russisch bos, dus onmetelijk groot, en zonder bordjes. Hij raakte de weg kwijt en ging uiteindelijk dood van de honger.

Dat is wat ik mis in Nederland, wilde plekken en gebouwen zonder duidelijke bestemming. Daarom ben ik zo opgetogen dat ik de pier van Scheveningen heb ontdekt. Op Tweede Pinksterdag was ik met een vriendin op bezoek was bij een vriend in Den Haag, en we doken in de koude Noordzee en aten slibtongetjes (we hadden zoveel lol dat ik mijn Trouw-column vergat te schrijven, waarvoor nog mijn welgemeende excuses). Enfin, we besloten een stukje de pier op te wandelen. En het was alsof ik terug was in Rusland. Het schijnt dat Van der Valk twintig jaar geleden de pier voor een gulden op de kop heeft getikt. En sindsdien heeft van der Valk ongeveer een gulden, maximaal een euro gestoken in de renovatie. De pier is namelijk een majestueuze ode aan het verval.

De pier is bedekt met krakende houten latten, waar af en toe een gapend gat in zit. Halverwege heb je het – gesloten – Schateiland waar een piraat voor staat met een hoed die tot de rand is gevuld met meeuwenkak. Aan het eind van de pier kan je omhoog klimmen in een bungeejump-toren (‘vanwege technische redenen gesloten’). Bovenop de toren staan hangjongeren te tongen tussen lege blikjes Fernandes en verkeerd gespelde graffiti.

Climax van de pier is een – werkend – casino met fruitautomaten en een enkele bejaarde. In het midden van de zaal staat een glazen hok. Het is de rookruimte. Een ongelukkig ogende man stond er moederziel alleen aan een sigaret te lurken, in zijn zak voelend naar nog wat munten voor de fruitautomaat.
Teruglopend op de pier, bij een grijpautomaat – waar wij natuurlijk naast het pluchen zeepaardje grepen – hing een billboard met grootse plannen voor de pier. Er zou onder meer een 4-sterrenhotel moeten verrijzen. Bij deze doe ik een oproep aan de familie van der Valk: doe het niet! Laat de pier zoals ie is! Nederland heeft veel te weinig plekken zonder duidelijke bestemming, dat maakt de pier van Scheveningen zo uniek.

Jelle Brandt Corstius – luistert naar zijn timmerman

Samen hadden wij alle boekenplanken zes trappen naar mijn nieuwe appartement omhoog gezeuld. En de zaagmachine, en de werkbank, en de industriële stofzuiger. Uitgeput stonden we bovenaan de trap. Ineens sloeg Ivan zich hard voor het hoofd en schreeuwde iets in het Bulgaars wat ik niet verstond, en dat was waarschijnlijk maar goed ook. ‘Ik ben mijn belangrijkste instrument vergeten,’ zei Ivan en liep met plezier nogmaals de zes trappen om zijn pakje sigaretten te halen.

Ivan komt uit Bulgarije en vertimmert al enige weken mijn huis. Vroeger deed ik het klussen zelf met een vriend, maar wij hebben allebei de slechte eigenschap om genoegen te nemen met een werkblad dat gammel is, of een keuken met een deurtje te weinig. Nu wilde ik voor de verandering alles goed aanpakken, en was ik getipt over een timmerman met gouden handjes. Pièce de résistance zijn veertien enorme zwevende boekenplanken, die wonderwel tussen mijn scheve Amsterdamse muren hangen. Ivan is het bewijs van een goed werkende EU.

Voor het werk moesten er een paar sigaretten worden gerookt, dus stonden we samen op mijn minuscule balkonnetje. Ik vertelde over mijn mislukte reis naar Bulgarije, die ik een paar jaar geleden met een vriend ondernam. Hoe wij op de grens met Servië en Bulgarije tussen een horde Turken terechtkwamen die uit heel Europa onderweg waren naar hun moederland. En hoe wij, na drie uur dringen tussen de andere auto’s door de Bulgaarse grenswacht werden teruggestuurd omdat wij de verkeerde papieren hadden. Omkopen ging niet, dat is dan weer slecht van de EU. Uiteindelijk hadden wij een leuke vakantie in Servië en Montenegro. Per slot van rekening maakt het niet zo veel uit waar je naartoe gaat, zolang je maar gaat.

Ivan vertelde dat hij deze zomer hoopte zijn familie in Bulgarije te bezoeken. De afgelopen vier jaar had hij zijn zomervakantie opgeofferd aan een bouwproject in de buurt van Veliko Turnovo, de oude hoofdstad van Bulgarije. Elke zomer timmerde hij verder aan een huis, een soort showmodel, dat mensen op andere plekken konden laten bouwen. Het huis werd precies opgeleverd in de week dat de Lehman Brothers failliet gingen en de crisis begon. Sindsdien staat het huis te koop. De kans is klein dat er nog meer huizen worden gebouwd. De kans is sowieso klein dat dit huis nog wordt verkocht. ‘Misschien moet ik gewoon het huis slopen en de grond verkopen,’ zei Ivan sip, terwijl hij zijn derde sigaret aanstak. Crisis of niet, ik vind het niet terecht dat een timmerman met gouden handjes zijn meesterwerk niet kan verkopen. Iemand interesse?

Jelle Brandt Corstius – ontsnapt uit de VIP-ruimte

Het afgelopen weekend bracht ik in Warschau door, waar ik op bezoek was bij een vriend die daar werkt op een advocatenkantoor. Ik zou willen zeggen dat ik veel van Warschau heb gezien, maar dat is niet zo. Mijn kennis rond Warschau beperkt zich voornamelijk tot de verschillende VIP-ruimtes die de stad rijk is.
Het begin was nog veelbelovend. Met de vriend belandde ik in een restaurant, een voormalige slagerij. De voormalige slager had er ook een baantje gekregen: wie er steak tartare bestelt krijgt bezoek van de slager met een trolley. Voor je neus hakt hij het vlees eigenhandig tot moes. Een aardige mevrouw, misschien de vrouw van de slager, heeft ook een trolley met zelfgestookte drank in alle soorten en maten.
Maar toen was het gedaan met de eenvoudige gezelligheid. Na ons bezoek aan het restaurant zouden wij afspreken met een collega van mijn vriend, een Pool genaamd Tadeusz. Alles wat de jongen aanhad was van Gucci of Hugo Boss, en hij vertelde graag waar hij alles gekocht had. En hoeveel het gekost had. Hij had een harde en volstrekt ongeloofwaardige lach, die hij op de raarste momenten ten gehore bracht. Tadeusz nam ons mee naar een club, waar wij achterin de zaal langs een boomlange uitsmijter werden geloodst. Dit was de VIP ruimte, waar de jonge elite van Warschau rondhing. Zij keken uit over de rest van de Warschause menigte die aan de andere kant van het koord dansten.
De volgende ochtend lunchten wij in het Mariott hotel, dat Tadeusz voor een gedeelte had afgehuurd. ‘Dit is de VIP afdeling,’ was zijn toelichting. Ik deelde de tafel met twee geblondeerde en verveelde fotomodellen. Die avond sleepte hij ons mee naar twee clubs. In de laatste club was het net zo saai en nep als de andere VIP ruimtes waar ik het weekend doorbracht. Toen deed ik iets wat nooit eerder in de geschiedenis van rijk Warschau is gebeurd: ik stapte over het koord en mengde mij tussen de dansende Polen, die het aanzienlijk meer naar hun zin leek te hebben. Tadeusz, bezorgd over mijn gevaarlijke verblijf in de wildernis liep met mij mee. Hij deed alsof hij danste en liet zijn harde neplach horen, maar keek intussen schichtig om zich heen. Na ongeveer twintig seconden liep hij terug naar de VIP-ruimte, veilig aan de andere kant van het koord.
Over twee weken zal hij de bruiloft van mijn vriend bezoeken in Nederland. Hier zal hij het nog moeilijk krijgen. Ik stel voor dat Tadeusz een Japans kamerscherm meeneemt zodat hij, waar hij ook is, zijn eigen VIP-ruimte heeft.

Jelle Brandt Corstius – trekt te vroeg conclusies

Karel van het Reve schreef ooit dat vakantiegangers vaak denken dat wat zij daar als toerist meemaken representatief is voor het land dat zij bezoeken. Zo maakte ik ooit een reis naar Zweden. Het was een kanotocht vanuit het Zweedse Arvika naar het Noorse Lillehammer. Als je dorst kreeg van het kanoën pakte je een lege mok die in de kano lag en haalde hem door het water en dronk je het op. Soms kan het leven heel erg eenvoudig zijn.

Op een ochtend hadden we ergens aangelegd en ik ging wat door het bos wandelen. Ik verdwaalde en kwam na een uurtje lopen bij een klein huisje terecht. Achter het huisje zwom een vrouw van een jaar of zeventig in een meertje. Ze zwaaide vriendelijk, en ik riep dat ik verdwaald was. Ze zwom naar de kant en klom spiernaakt de oever op. Ze wees mij de weg naar de rivier waar mijn kanovrienden op mij zaten te wachten.

Dat zij spiernaakt voor mij stond, was voor haar geen reden om het gesprek te stoppen. Ze vertelde dat zij sinds haar 20e in dit huisje in het bos woonde, en al veertig jaar, elke dag in de ochtend een duik maakte. ‘En als ik binnenkort dood ben wil ik graag onder die spar daar begraven worden,’ voegde ze er aan toe. Lang heb ik door dit voorval gedacht dat Zweden bevolkt wordt door bejaarden die ’s ochtends naakt in een meertje duiken en onder een spar begraven willen worden.

Dit weekend had ik Zweeds bezoek, en zij moest hard lachen om mijn conclusie. Later op de dag zochten we een plekje op een grasveldje in een park in Amsterdam. We zaten midden in een verhitte discussie over de oorsprong van de kaasschaaf (die komt uit Nederland natuurlijk) toen een man met een morsige en volle Dirk-tas naar ons toe kwam lopen. Hij bleef staan voor het Zweedse bezoek, riep heel erg hard ‘Vuile hoer!’ en liep weer rustig door, alsof er niets was gebeurd. Toen ik haar vertelde wat de man naar haar had geroepen keek ze geschokt voor zich uit. Nu is zij weer in Zweden, en ik ben benieuwd of zij denkt dat Nederland is bezaaid met mannen met morsige Dirk-tassen die ‘Vuile hoer’ roepen tegen nietsvermoedende meisjes in parken.

In: Trouw 04/04/10