Jelle Brandt Corstius – fietst nooit door de Velsertunnel

Om mijn vader ongeduldig te noemen is zacht uitgedrukt. Ongeduldig ben je als je er niet tegen kan als dingen wat langzamer dan normaal gaan. Mijn vader is altijd ongeduldig, zelfs al gaan dingen sneller dan normaal. Een keer in het jaar maken wij samen een fietstocht. We hebben dan eerst de meest wilde plannen: Frankrijk, Denemarken en Groenland komen langs. Uiteindelijk wordt het altijd toch maar weer de Achterhoek.
Eenmaal in de Achterhoek is het het principe van mijn vader om door alle rode stoplichten heen te fietsen die wij op onze tocht tegenkomen. Hij is zichtbaar teleurgesteld als het licht op groen is. En hij is zichtbaar blij als het licht op rood staat en hij een drukke provinciale weg mag oversteken, vol met auto’s die toeteren en op het laatste moment remmen.
Het levert hem uiteindelijk helemaal niets op, want aan de overkant moet hij toch wachten tot het licht op groen springt en ik naar de overkant fiets. En toch blijft hij het doen, bij elk stoplicht. Misschien dat wij daarom elk jaar naar de relatief stoplichtarme Achterhoek gaan, bedenk ik mij nu.
Het is een vervelende situatie, maar ik weet dat hij zich nog inhoudt. Ooit toen hij in zijn eentje een tochtje maakte fietste hij over de vluchtstrook van de snelweg. Door de Velsertunnel. Toen ik hem vroeg waarom antwoordde hij: ‘Het was de kortste route’.
Zaterdag vlieg ik met mijn vader naar Amerika, waar mijn zus woont. Een week in Amerika is natuurlijk andere koek dan twee dagen fietsen in de Achterhoek. De laatste keer dat ik met mijn vader in een vliegtuig zat was ik nog jong. Toen was reizen altijd een zenuwslopend drama. Het begon altijd al bij het afgeven van de bagage. Dat deden wij niet want ‘het scheelde tijd bij de bagageband’. Dus zaten wij altijd met onze koffer voor ons geklemd en de benen omhoog.
Ik vreesde dus voor het ergste. Maar sinds wij onze plannen hebben gemaakt is mijn vader een oase van rust. Ja, op die bagage kunnen we toch wel even wachten? Nee, het maakt hem niet uit hoe laat wij vliegen. Of in welk hotel we zitten. Of hoe we van New York in Boston komen, waar mijn zus woont. En ‘Waarom zouden we nu al een treinkaartje kopen? Als we gewoon naar het treinstation gaan en de eerste de beste trein nemen hoeven we ons ook niet te haasten.’ Met als uitsmijter: ‘Regel jij het maar, ik vind alles best’. Ik dacht dat ik na 32 jaar wel had geleerd dat mensen in essentie niet veranderen. Ik hoop dat ik geen gelijk heb.

In: Trouw 12 april 2010

Jelle Brandt Corstius – geeft antwoord

Dit is een antwoord op alle mensen die mij in de afgelopen twee jaar, via Twitter, mail en op straat, al dan niet onder begeleiding van fysieke bedreigingen, één vraag stelden: waarom laat je alleen maar negatieve dingen zien over Rusland?

Meestal zijn het Russen die in Nederland wonen (al zitten er ook wat mannen tussen die – geheel toevallig – met een Russin zijn getrouwd). Ik moet erbij zeggen dat het om een fractie gaat; de meeste Russen in Nederland die ik spreek zijn wel degelijk te spreken over mijn columns en de serie, al is het wel pijnlijk om te zien. En laat ik er ook bij zeggen dat de Russen die mij die vraag stellen een bewonderenswaardige hoeveelheid vaderlandsliefde bezitten, iets waar wij in Nederland nog iets van kunnen leren (al gaan die bedreigingen wat ver).

Dan nu mijn antwoord. Ik ben vijf jaar correspondent in Rusland geweest voor Trouw, en heb zojuist twee series afgerond voor de VPRO met Rusland als onderwerp. Ik zat daar niet als reclamemaker of reiziger, ik zat daar als journalist. In de journalistiek ben je op zoek naar zaken die ertoe doen , en naar veranderingen. Vaak zijn de dingen waar journalisten geïnteresseerd in zijn, niet prettig. Sla maar eens een willekeurige Nederlandse krant open en tel het aantal positieve berichten. Je zult er niet veel tegenkomen.

Het zal niet anders zijn voor een Russische correspondent in Nederland. In Rusland moest ik eindeloze discussies voeren over Geert Wilders, Theo van Gogh, euthanasie, prostitutie en soft drugs. Allemaal onderwerpen waar ik in het dagelijks leven weinig aan denk. Het is niet anders; dit is wat voor buitenlanders nieuwswaardig is aan Nederland.

Dan nog iets. Het is ook de taak voor de journalist om altijd alle partijen aan het woord te laten, hoor en wederhoor toe te passen. In 99 van de 100 gevallen lukte dat niet, omdat de ‘tegenpartij’ niet wilde praten. Wat wij allemaal geprobeerd hebben: filmen op een hypermoderne afdeling in de GAZ-fabriek, voor de aflevering over de stervende Russische automobiel industrie; nieuwe veiligheidscontroles in een chemische fabriek een vervuilde stad van Rusland; legerhervormingen en groeiende wapenindustrie in de aflevering over het leger; de nieuwe overheidscampagne in de strijd tegen alcoholisme in een uitzending over alcohol; en voor de krant: tijdens de oorlog in Ossetië verslag doen vanaf de Russische zijde in plaats van de Georgische; en zo kan ik nog enkele alinea’s doorgaan. Een eindeloze stroom aanvragen, faxen en smeekbedes kregen allemaal hetzelfde antwoord: njet.

Ik snap het ook wel dat jullie met die vraag zitten. Jullie komen namelijk uit Rusland, het paradijs van de goed nieuws televisie! De eerste maanden van de kredietcrisis kregen de Russische zenders instructie het woord crisis niet te gebruiken, tenzij het over Amerika ging. Na de aanslagen in de metro van Moskou duurde het drie uur voordat het nieuws er serieus aandacht aan besteedde. En als er echt niet aan te ontkomen valt aan slecht nieuws, worden er beelden uitgezonden van Poetin die een stel bijeengeraapte ondergeschikten uitfoetert. Dit volgens het oude Russische adagium: De tsaar is goed, zijn adviseurs zijn slecht.

Het is nog een reliek uit de Sovjet-Unie om het naar buiten brengen van treurige, maar nieuwswaardige feiten, te beschouwen als het tonen van vuile was. En helaas is dat na een korte periode van persvrijheid in de jaren negentig, nu weer zo. De Russische collega’s die nog dapper genoeg zijn om de waarheid op te schrijven worden geïntimideerd in het beste geval en vermoord in het slechtste geval.

Een aantal van de klagers ondertekenden hun brief met ‘Patriot’. Maar de echte patriotten zijn de mannen en vrouwen die in mijn serie en in de stukjes voor Trouw zo dapper zijn geweest om eerlijk te vertellen hoe het is. Een 80-jarig vrouwtje op een demonstratie. Een man die vertelt over ontvoeringen door de Russische geheime dienst in Ingoesjetië. Een vrouw die vertelt over een journalist die ernstig in elkaar werd geslagen omdat hij schreef over illegale boomkap door de lokale regering. Een moeder wiens zoon zich had opgehangen omdat hij de ontgroeningen in het Russische leger niet meer aankon. Dit zijn de mensen die begrijpen dat je problemen niet moet wegstoppen, maar juist naar buiten moet brengen. Dit zijn de mensen die iets willen veranderen.

Ik hoop dat alles nu wat duidelijker is. Als jullie nog steeds vinden dat ik de waarheid verdraai en Rusland fantastisch is: dan ga je toch lekker terug naar Rusland? En houd dan toch maar dat Russische paspoort voor jullie zonen aan. Het schijnt namelijk geweldig leuk te zijn in het Russische leger.